Beginning a Story of One's Own
August 22, 2026
6 min read
“The life span of man running towards death would inevitably carry everything human to ruin and destruction if it were not for the faculty of interrupting it and beginning something new, a faculty which is inherent in action like an ever-present reminder that man, though they must die, are not born to die but in order to begin.”
Hannah Arendt, The Human Condition, p. 246
Met een vriend reis ik naar de Alpen voor een huttentocht. In de ICE naar München spreken we een man die tijdens de coronapandemie zijn leven als reclameregisseur overzag en besloot dat hij meer achter wilde laten dan tv-commercials voor supermarkten. Hij begon aan een kinderboek en schreef een bestseller die inmiddels in menig klaslokaal van groep 7 en 8 te vinden is. Zijn derde boek ligt nu in de winkels.
We lopen enkele dagen van hut naar hut in het Dachsteingebergte, langs en soms over de bergen. Het is fijn om weg te zijn van werk, beeldschermen en AI. In onze rugzakken hebben we ook een boek mee om te lezen en tijdens het lopen te bespreken: The Human Condition van Hannah Arendt. Geschreven in 1958, maar uiterst relevant voor de tijd waarin we nu leven.
Op de eerste dag in de bergen ontmoeten we een jong stel dat net van de via ferrata komt. Halverwege waren ze in een onweersbui terechtgekomen. Een uur lang hadden ze in dichte mist en woeste wind vastgezeten en konden ze voor- noch achteruit. Hij had het slechte weer niet voorzien en wist ook niet dat de route zo moeilijk was. Op de vraag of dit goed was geweest voor hun relatie antwoordt zij met een glimlach: “Ik duw hem zo van de klif.”
Arendt onderscheidt drie menselijke activiteiten: arbeiden (labour), werken (work) en handelen (action). Arbeid is alles wat nodig is om het leven gaande te houden. Het is cyclisch: wat vandaag wordt gedaan, moet morgen opnieuw. Denk aan eten, drinken en verzorgen, aan de afwas en tandenpoetsen, maar ook aan het geld dat je moet verdienen om te kunnen leven.
Met werk maakt de mens een blijvende wereld van gebouwen, gebruiksvoorwerpen, kunstwerken en boeken. De mens kan als homo faber iets achterlaten in de wereld dat ons overleeft.
Het kinderboek van de reclameregisseur lijkt daarvan een mooi voorbeeld. Daarmee laat hij iets blijvends achter dat nog vele jaren in klaslokalen zal liggen. Maar misschien ligt de betekenis van zijn verhaal niet alleen in wat hij heeft gemaakt. Het beslissende moment kwam eerder, toen hij zijn bestaande levensloop doorbrak en aan iets begon waarvan hij de afloop niet kon overzien.
Daarmee komen we bij wat voor Arendt de belangrijkste menselijke activiteit is: handelen. Dit doen we tussen andere mensen. Door te spreken en te handelen laten we zien wie we zijn en kunnen we iets nieuws beginnen. Omdat anderen zelf ook handelen, beheersen we nooit volledig wat erop volgt. We beginnen een verhaal, maar hebben geen controle over de gevolgen.
Een gekozen bergroute eindigt in een onweersbui en een uur van doodsangst. Dat uur wordt een verhaal dat het jonge stel later nog vaak zal vertellen, als ze elkaar tenminste niet eerst van de berg hebben geduwd.
Tijdens onze eerste poging om de Grosser Donnerkogel te beklimmen ontmoeten we een Kosovaarse studente. Ze is alleen vanuit Wenen gekomen om de Dachsteingletsjer te zien. Van het laatste glinsterende streepje ijs in de schaduw van de top is ze niet onder de indruk. “Je zou naar Albanië moeten gaan,” zegt ze. “Daar hebben ze pas echt woeste bergen.”
Op sportschoenen sprint ze de berg op. Het is al bijna vijf uur en de volgende dag moet ze weer in Wenen zijn voor haar werk.
Arendt schrijft over wat een held oorspronkelijk betekende bij Homerus:
“The hero the story discloses needs no heroic qualities; the word ‘hero’ originally, that is, in Homer, was no more than a name given to each free man who participated in the Trojan enterprise […] The connotation of courage is in fact already present in a willingness to act and speak at all, to insert one’s self into the world and begin a story of one’s own […] courage and even boldness are already present in leaving one’s private hiding place and showing who one is, in disclosing and exposing one’s self.”
The Human Condition, p. 186
Een held of heldin hoeft geen heldhaftige eigenschappen te bezitten. De moed begint al bij het verlaten van de beschutting van het private leven, bij het verschijnen tussen anderen. Bij het op de trein stappen, alleen de bergen in gaan en niet precies weten wat je daar zult aantreffen. Volgens Arendt ligt hierin het wonder van de mens. We kunnen automatische processen onderbreken en iets beginnen wat niet noodzakelijk uit het voorafgaande volgt. Voor de mens is dit wonder niet uitzonderlijk. Het gebeurt steeds opnieuw wanneer we handelen.
Terug in de trein naar huis probeer ik mij voor te stellen wat Arendt van AI zou hebben gevonden. AI kan terugkerende arbeid automatiseren en ons helpen sneller te werken. Het kan teksten schrijven, beelden produceren en software ontwikkelen. Misschien bevrijdt het ons daarmee ten dele van noodzakelijke arbeid en verlaagt het de drempel om aan een kinderboek, een bedrijf of een kunstwerk te beginnen.
Maar handelen is voor Arendt meer dan de mogelijkheid hebben om iets nieuws te beginnen. Menselijk handelen vraagt ook dat we zelf blijven denken, oordelen en verantwoordelijkheid nemen voor wat we in de wereld brengen. Juist daar zag ze een gevaar wanneer ons technisch kunnen en ons denken uit elkaar groeien.
In de inleiding van The Human Condition schrijft ze:
“If it should turn out to be true that knowledge (in the modern sense of know-how) and thought have parted company for good, then we should indeed become the helpless slaves, not so much of our machines as of our know-how, thoughtless creatures at the mercy of every gadget which is technically possible, no matter how murderous it is.”
The Human Condition, p. 3
Arendt dacht daarbij vermoedelijk aan technologieën als de atoombom. Zelf moest ik denken aan killer drones en in het algemeen aan systemen die, eenmaal geactiveerd, zelf waarnemen, selecteren en reageren. De moeilijkste vraag is daarbij niet alleen wat we met deze machines in de wereld zetten, maar vooral of we nog in staat zullen zijn deze automatische processen te onderbreken en vrij te handelen. Want juist in dat vermogen zag Arendt het wonder van de mens.